De RVA publiceert derde monitoring van uitstroom uit werkloosheid na hervorming

De RVA publiceerde donderdag 17 september een derde monitoring over de effecten van de hervorming van de werkloosheidsverzekering. Die biedt een inzicht in de uitstroom uit de werkloosheid tot en met juni 2026.

Ter herinnering, op 1 januari 2026 werd het einde van het recht op een uitkering voorzien voor:

  • werkzoekenden die op dat moment al minstens een jaar inschakelingsuitkeringen genoten;
  • werkzoekenden in de derde vergoedingsperiode (forfaitair bedrag), die tijdens hun loopbaan ten minste 20 jaar volledig werkloos zijn geweest. 

Vervolgens bereikten op 1 maart 2026 de personen in de derde vergoedingsperiode, die tijdens hun loopbaan tussen 8 en 20 jaar werkloos zijn geweest, het einde van hun recht. Op 1 april 2026 startte de derde golf, met betrekking tot werkzoekenden in de derde vergoedingsperiode (forfaitair bedrag), die tijdens hun loopbaan minder dan 8 jaar volledig werkloos zijn geweest.

Op het ogenblik van de redactie van deze derde monitoring hebben drie van de vijf “golven” van werklozen hun vroegste einddatum bereikt. De oorspronkelijk vastgelegde einddatum kan, onder bepaalde voorwaarden, worden verlengd. In juni 2026 zijn er zo nog 8.800 personen behorend tot golven 1 tot 3 die nog steeds een recht hebben op een uitkering.   

Uitstroom bij einde recht

Sinds januari bereikten 99.144 personen het einde van hun recht: 87.788 personen met een werkloosheidsuitkering en 11.356 personen met een inschakelingsuitkering. Het aantal personen in de overgangsregeling voor de werkloosheidsuitkering is tussen december 2025, de laatste maand vóór de eerste uitstromen als gevolg van het einde van het recht, en juni 2026 met 48,2% afgenomen, van 269.535 naar 139.686 personen. Voor de inschakelingsuitkering daalde het aantal personen dat onder de hervorming valt van 21.913 in december 2025 naar voorlopig 10.663 in juni 2026. Deze aantallen zullen in de toekomst ongetwijfeld nog licht worden bijgesteld, aangezien laattijdige betalingsaanvragen voor uitkeringen nog kunnen worden ingediend.

Verschillende uitstroomtrajecten

Van de 99.144 personen van wie het recht sinds januari 2026 is beëindigd, stroomt 13,5% in de daaropvolgende maand door naar arbeid in loondienst en 7,1% naar een ziekte-uitkering. Voor 77,8% is de uitstroomrichting voorlopig nog onbekend. In de opvolging van de personen in de maanden nadien, is er een trend zichtbaar waarbij het aandeel van de categorie 'overige' maand na maand daalt, terwijl de proporties voor de andere uitstroomrichtingen stijgen.

De uitstroom van personen met een werkloosheidsuitkering naar loondienst stijgt maand na maand van 5,1% in januari, naar 9,5% in maart en 16,6% in april. Bij de inschakelingsuitkering stijgt de uitstroom van 15,7% in januari naar 34,5% in juni 2026. Daartegenover staat er een daling van de uitstroom uit de werkloosheid naar ziekte van 12,0% in januari naar 5,5% in april.

Uit de instroomcijfers in het leefloon blijkt dat een aanzienlijk deel van de uitstroom uit de werkloosheids- en inschakelingsuitkering richting leefloon gaat: 99.144 uitstromers uit de werkloosheids- en inschakelingsuitkering sinds januari tegenover 43.613 instromers in het leefloon, dat is 44,0%.

 

Regionale verschillen

De uitstroom verschilt per gewest, zowel in omvang als in uitstroomrichting. Sinds januari 2026 stroomden in het Waals Gewest 48.403 personen uit (48,8% van het totaal), gevolgd door Brussel (26.986; 27,2%) en Vlaanderen (23.370; 23,6%). De uitstroom bij einde recht is beperkt in de Duitstalige Gemeenschap met 385 personen. Ook de uitstroomrichtingen verschillen: in Vlaanderen ligt zowel het aandeel uitstroom naar werk in loondienst (16,8%) als naar ziekte (13,1%) het hoogst. De Duitstalige Gemeenschap kent met 7,0% het laagste aandeel uitstroom naar werk, terwijl het Waals Gewest met 5,2% het laagste aandeel uitstroom naar ziekte heeft. Bij de inschakelingsuitkering is een gelijkaardige regionale tendens zichtbaar, maar zijn de verschillen kleiner.

Voorlopige cijfers, opletten met interpretaties

De RVA herinnert eraan dat de cijfers met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. De gegevens zijn voorlopig en kunnen nog wijzigen in functie van gebeurtenissen die een impact hebben op de einddatum van het recht op uitkeringen.

De monitoring zal regelmatig worden geactualiseerd. Naarmate nieuwe gegevens beschikbaar worden, zal de monitoring een steeds vollediger en nauwkeuriger beeld geven van de werkelijke effecten van de werkloosheidshervorming.

De monitoring werd ontwikkeld door de directie Statistieken en Studies van de RVA, in nauwe samenwerking met de verschillende actoren binnen de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt. De RVA dankt alle betrokken partners voor hun constructieve en actieve bijdrage.